Met een rente van zowat 6 % zijn wij van mening dat obligaties uit de groeilanden in lokale munt aantrekkelijk zijn en al rekening houden met extra volatiliteit op het vlak van wisselkoersen en duratie. Wij verwachten ook dat deflatie door lagere olieprijzen of zwakke binnenlandse vraag in de meeste groeilanden ruimte schept voor verdere monetaire versoepeling door de centrale bank, waardoor de lokale rente kan dalen. Differentiatie zal in 2015 een belangrijke bron van rendement zijn voor schuldpapier uit de groeilanden in lokale munt, en wij behouden onze voorkeur voor landen met sterkere fundamentele factoren, evenwichtigere exportsectoren en positieve structurele hervormingen, zoals India en Mexico. Gezien de grote afhankelijkheid van de olieprijzen blijven wij negatief ten aanzien van Peru. Wij zijn ook negatief voor Maleisië en Zuid-Afrika vanwege het lage reële rentepeil. Bovendien zou de agressieve houding van hun centrale banken dit jaar tot renteverhogingen kunnen leiden.

 

Dankzij het klimaat van lage rente blijft de activaklasse aantrekkelijk

Met een rente van zowat 5,5 % vinden wij groeilandobligaties in USD een aantrekkelijke vastrentende belegging. Wij verwachten dat de spreads inlopen tot onder 300 bp voor het einde van het jaar dankzij sterke groeicijfers en lage schuld/bbp-verhoudingen. De technische factoren zijn eveneens een positieve stimulans. Ten eerste zouden de kapitaalstromen net als in de tweede helft van 2014 ook dit jaar weer positief moeten zijn. Ten tweede zullen beleggers vanwege het lage netto-aanbod (d.w.z. nieuwe uitgiftes min aflossingen) op zoek gaan naar uitgiftes met een aantrekkelijk risico-rendementsprofiel.

Met onze beleggingsfilosofie op basis van een bottom-up benadering zoeken we naar obligaties met een aantrekkelijke carry ten opzichte van vergelijkbare uitgiftes. Zo geven wij de voorkeur aan uitgiftes in euro van Kroatië omdat het rendement hoger is dan vergelijkbare uitgiftes met een gelijkaardig risicoprofiel, zoals Servië. De Marokkaanse uitgifte in euro biedt een extra vergoeding in vergelijking met die in dollar, en wij verwachtten dat de spread zou inlopen.

 

Wisselkoersen: een uitdagend jaar voor de boeg

Wij verwachten dat 2015 voor lokale munten een uitdagend jaar wordt als de Amerikaanse dollar verder in waarde stijgt door de verschillen in het monetaire beleid tussen de VS en de EU en Japan.

Wij verkiezen munten met een sterk hervormingsmomentum. Bijvoorbeeld de INR, want de hervormingen in India gaan voort en beginnen resultaat op te leveren. Hoewel de munt de afgelopen maanden sterker is geworden, kan de trend nog keren en behoort een aanzienlijke correctie nog altijd tot de mogelijkheden. Binnen onze overwogen posities staan wij ook positief ten opzichte van de KRW. Deze munt met een lage bèta is een goede keuze bij risicoaversie, gezien de solide fundamentele factoren van Zuid-Korea (gezond saldo op de lopende rekening en hoge reserves aan buitenlandse munten). De belangrijkste risicofactor voor deze munt is de recente scherpe waardedaling van de yen, aangezien Japan een gedegen economische concurrent is. Ook zijn wij positief over de CNY, omdat volgens ons aan de daling van deze door de Chinese centrale bank gecontroleerde munt een einde is gekomen. Voort is het een munt met een lage bèta en kan het land nog steeds bogen op een groot overschot op de lopende rekening.

Wij staan negatief ten opzichte van grondstofgevoelige munten, zoals de NGN en de PEN. We zijn ook onderwogen in de ZAR: het land kampt met stagflatie (hoge inflatie en een zwakke groei), wat voor de munt bijzonder schadelijk zou kunnen zijn.