Inflatie is een complex fenomeen. Het is vaak selffulfilling, het heeft de neiging zich te versterken wanneer de economische spelers denken dat het aanwezig is. Dit maakt het moeilijk om erop in te spelen, zo hebben de centrale bankiers zich de afgelopen jaren grotendeels vergist. Na de inflatie te hebben overschat, is het duidelijk dat deze de afgelopen maanden zowel in de VS als in Europa grotendeels is onderschat.

Zoals Karl Otto Pöhl, voorzitter van de Bundesbank het in in 1980 duidelijk verwoordde: "inflatie is als tandpasta: eens uit de tube, is het onmogelijk om het er weer in te krijgen, dus is het beter om niet te hard op de tube te knijpen.” Als we naar de laatste cijfers kijken, lijkt het erop dat de monetaire en begrotingsautoriteiten iets te hard op de tube hebben geknepen.

Natuurlijk zal de inflatie dalen, gewoon door het basiseffect. Maar in welke mate? Terug tot onder de 2%, wat de afgelopen 10 jaar de norm was, of in de richting van 3%, is helemaal niet hetzelfde voor de markten en nog minder voor de economische spelers. De markt verwacht vandaag een inflatie van 3% in de Verenigde Staten tegen eind 2023. Bij Candriam gaat ons basisscenario uit van een aanzienlijk risico van een hogere inflatie

Wat is de basis voor deze lezing? Het antwoord in drie punten:

inflatie hangt af van verschillende factoren op lange termijn:
  • Fiscale en monetaire stimuleringsmaatregelen. Ten eerste is er de structurele verschuiving van de centrale banken naar een meer symmetrische inflatiedoelstelling als gevolg van hun strategische herziening. Als de terugkeer van de inflatie enkele jaren geleden de ambitie van de centrale banken was, dan lijkt die doelstelling nu te zijn bereikt... of zelfs te zijn overtroffen. Massale liquiditeitsinjecties in combinatie met fiscale stimuleringsmaatregelen hebben in hoge mate bijgedragen tot het inflatoire klimaat. Met werkloosheidscijfers op een dieptepunt en een vergrijzende bevolking kan het risico van nieuwe loononderhandelingen de inflatiespiraal blijven aanwakkeren.
  • De logistieke ketens, die al ruim voor Covid gehavend waren. Reeds aanwezig onder het presidentschap van Trump en de toenemende handelsspanningen met China in het bijzonder, werd de de-globalisering nog verder geaccentueerd onder het Covid-"effect" en deze beweging lijkt zich onvermijdelijk door te zetten. In combinatie met de opwarming van de aarde kan het risico van een voedselcrisis een meer langdurig effect hebben op de inflatieverwachtingen.
  • De kosten van de energietransitie: sommige financiële instellingen noemen dit 'greenflation'. Bedrijven moeten zwaar investeren in de ecologische transitie: de kosten zijn zeer hoog en stijgen nog. Voor de bouw van een windturbine van 3 megawatt  bijvoorbeeld zijn 2 ton zeldzame aardmetalen, 3 ton aluminium, 3,5 ton koper en 335 ton staal nodig! Deze vraag zal structureel wegen op de kosten van grondstoffen en de energietransitie zou ook gevolgen kunnen hebben voor de inflatievooruitzichten op middellange termijn.

Welke oplossingen voor de belegger?

De beste manier om deze inflatie in een obligatieportefeuille te bestrijden is de gevoeligheid voor rentewijzigingen zoveel mogelijk te beperken en uiterst selectief te zijn. Van de obligaties die het meest geschikt zijn voor een dergelijke omgeving geven wij in onze portefeuilles de voorkeur aan:

  • Obligaties met variabele rente: hun coupon, die periodiek wordt herzien op basis van een referentierentevoet (de driemaandelijkse interbancaire rente) plus een door de markt bepaalde kredietspread, biedt een natuurlijke bescherming tegen rentestijging; een gemiddelde kredietpremie van bijna 120 basispunten is vandaag realistisch. Als we bedenken dat de kortetermijnrente meer dan 1% bedraagt, kan een dergelijke strategie rendabel zijn. Bovendien wordt de evolutie van obligaties met variabele rente negatief gecorreleerd met het rendement op overheidsobligaties. Zij bieden dus een mooie diversificatie in het kader van een obligatieportefeuille.
  • Inflatiegelinkte obligaties, met een voorkeur voor het kortlopend gedeelte van de curve. Aangezien de inflatiecijfers in Europa de komende maanden naar verwachting positief zullen blijven verrassen en de inflatiedruk toeneemt (grondstoffenprijzen, de-globalisering, problemen met de toeleveringsketen, ...), zijn inflatiegelinkte obligaties een interessant instrument om zich tegen het risico van verrassende inflatie te beschermen. Na de recente daling van de inflatieverwachtingen lijken ze ons een geschikt alternatief voor nominale obligaties, vooral in het kortlopend gedeelte van de curve. De inflatie die in de komende maanden zal worden opgebouwd, biedt dus een belangrijke bescherming tegen een stijging van de reële rente.

De uitdagingen op lange termijn zijn immens en zullen een blijvend effect hebben op de inflatie en volatiliteit veroorzaken. Het is dus belangrijk om de portefeuilles goed voor te bereiden. In deze meer onstabiele tijden moet een flexibel, actief en verantwoordelijk beheer de nodige aandacht krijgen. Aan ons om beleggers de mogelijkheid te geven er ten volle van te profiteren…

 

Belangrijkste risico's verbonden aan het gebruik van obligaties met variabele rente en inflatiegelinkte obligaties:

  • Risico van kapitaalverlies
  • Renterisico
  • Kredietrisico's
  • Tegenpartijrisico
  • Valutarisico
  • Liquiditeitsrisico