Ter gelegenheid van 'Roze Oktober', de maand die in het teken staat van de bewustmaking rond borstkanker, staat Rudi Van Den Eynde, Head of Thematic Global Equity, stil bij deze ziekte en de uitdagingen die de epidemie veroorzaakt. Hij stelt met tevredenheid vast dat het aantal verzorgde patiëntes in de ziekenhuizen weer genormaliseerd is. Bovendien is de innovatie in de farmasector nog steeds erg sterk, wat te danken is aan een beter inzicht in de ziekte.

Roze Oktober wordt dit jaar op een bijzondere manier georganiseerd, wat komt door Covid-19. Wat zijn de gevolgen van de pandemie voor de diagnose en de verzorging van patiënten?

We hebben nog geen precieze cijfers en zullen deze waarschijnlijk nooit hebben, maar in de eerste maanden van de pandemie stond de kankerzorg sterk onder druk. Er was heel wat paniek. Heel wat patiëntes bleven liever thuis dan naar het ziekenhuis te gaan. Operaties werden uitgesteld, en vooral het aantal onderzoeken nam af. Sindsdien hebben de gezondheidsdiensten zich echter gereorganiseerd. Voortaan kunnen zieken volledig veilig worden onthaald. Dat neemt niet weg dat de situatie nog steeds complex is. Het is immers mogelijk dat bepaalde procedures nog steeds worden uitgesteld, maar de bevolkingsonderzoeken verlopen opnieuw normaal. Laten we niet vergeten dat deze van het grootste belang zijn om kanker in een erg vroeg stadium op te sporen en te behandelen. De genezingskansen zijn dan erg hoog. Het aantal patiëntes dat wordt opgenomen in de klinische proeven, zit weer bijna op een normaal niveau. Dat is bijzonder goed nieuws voor het onderzoek, en voor alle patiëntes zonder therapeutische alternatieven, die zo gebruik kunnen maken van de jongste innovaties.  

“Er is niet één enkel soort borstkanker.
Er bestaan heel wat verschillende types.”

Er wordt momenteel prioriteit gegeven aan onderzoek naar het coronavirus. Ontstaat zo niet het risico dat de onderzoeken naar oncologie vertraging oplopen?

Neen! Het is duidelijk dat er vandaag meer aandacht wordt besteed aan besmettelijke ziektes.  Heel wat laboratoria werken immers aan vaccins en een behandeling voor Covid, maar het zijn tegelijkertijd bedrijven die al gespecialiseerd zijn op dat vlak. De publieke en private financieringen zijn talrijker, maar deze gebeuren niet ten koste van kanker of van andere aandoeningen. De gezondheidssector heeft een volledige pipeline nodig om de toekomst voor te bereiden en zal zijn veelbelovende projecten niet uitstellen. Bovendien heeft zij ook de nodige cashflow om de onderzoeken op verschillende fronten verder te zetten. Bovendien komen er geen experts over van andere disciplines, want de experts die zich bezighouden met het coronavirus voeren geen oncologische onderzoeken uit. Het zou onmogelijk zijn om een dergelijke overdracht in de praktijk te organiseren. Zelfs de bedrijven die een erg specifieke oncologische expertise hebben, zullen binnen enkele maanden niet het geweer van schouder veranderen.  

“De gezondheidssector heeft een volledige pipeline
nodig om de toekomst voor te bereiden.
Veelbelovende projecten zullen niet worden uitgesteld.”

 

Wat zijn de meest veelbelovende wetenschappelijke projecten?

Dankzij onderzoek hebben we meer inzicht verworven in de genetische code van kankers.  Dat heeft gezorgd voor gepersonaliseerde geneeskunde en de ontwikkeling van erg gespecialiseerde geneesmiddelen. Herceptin® van het farmabedrijf Roche is het eerste product dat ontwikkeld werd dankzij deze revolutie. Dankzij dit geneesmiddel zijn de prognoses van HER2-positieve borstkankers, een van de meest agressieve, sterk verbeterd. Het is echter maar werkzaam bij 20% van de patiëntes bij wie deze mutatie aanwezig is.  Maar ook voor de andere mutaties vervangen nieuwe alternatieven geleidelijk aan chemotherapie of vormen ze een aanvulling hierop. Onlangs heeft de Amerikaanse toezichthouder een nieuw geneesmiddel goedgekeurd tegen zogenaamde 'triple negative' kanker, een van de moeilijkst te behandelen kankers. Erfelijke BRCA-kankers kunnen ook beter worden bestreden, en ook kankers die in een verder gevorderde fase zitten met uitzaaiingen, of kankers die niet langer reageren op een standaardbehandeling. Er wordt ook op het vlak van immuuntherapie baanbrekend onderzoek verricht. De bedoeling hiervan is om het immuunsysteem te stimuleren om de tumor beter te mobiliseren tegen de kanker. 

De prijzen van deze innovatieve behandelingen stijgen echter pijlsnel en gaan voor sommige zelfs door het dak. Hierdoor stijgt het risico dat ze minder toegankelijk worden... 

Dat is de kostprijs van doelgerichte geneeskunde. Tot begin jaren negentig waren nieuwe behandelingen grotendeels gericht op grote patiëntengroepen. Kankers werden zo goed en zo kwaad als het kon behandeld met chemotherapie. Sindsdien heeft onderzoek echter uitgewezen dat er niet één uniek type borstkanker bestaat, maar wel degelijk verschillende types die met verschillende geneesmiddelen kunnen en moeten worden aangepakt. In de oncologie treffen bepaalde uiterst zeldzame kankers slechts enkele tienduizenden patiënten ter wereld, en soms slechts enkele honderden... De biotechnologie geeft ons de nodige wapens om ze te bestrijden, maar dat betekent ook dat elk geneesmiddel dat wordt ontwikkeld maar kan worden voorgeschreven aan een beperkt aantal zieken. De kosten voor onderzoek en ontwikkeling blijven ondertussen maar stijgen. De prijzen stijgen dus in een sterker versnipperde markt. Uiteraard moeten we niet naïef zijn. De onderhandelingen tussen de regelgevers en de farmabedrijven zijn immers van het grootste belang om de prijzen te reguleren, net als de intense concurrentie tussen de farmabedrijven. Bovendien mogen we niet vergeten dat de geneesmiddelen op de markt het mogelijk maken om de toekomstige innovatie te financieren. Wanneer bovendien de patenten tien tot twaalf jaar na de toegelaten commercialisering vervallen, wordt de concurrentie van generische geneesmiddelen en biosimilars bijzonder hevig, en dalen de prijzen. Op de keper beschouwd vind ik het systeem vrij efficiënt, want hierdoor kunnen de nodige investeringen worden gedaan om de toekomstige uitdagingen op te vangen.

Ook privébeleggers kunnen een rol spelen in dit systeem, door de meest veelbelovende projecten te financieren. Tekenen ze nog steeds present?

Wanneer we kijken naar het begin van het proces, naar het risicokapitaal, waren er in het verleden enkele tekortkomingen. De bedrijven moesten een hevige concurrentiestrijd voeren om investeerders aan te trekken, vooral in Europa. Als gevolg van het coronacrisis zou je kunnen denken dat er een zekere crowding out zou plaatsvinden van het risicokapitaal naar andere therapeutische domeinen. Dat is echter niet gebeurd. Het bewijst ook dat het onderzoek vandaag erg rijk is en dat er nog veel innovaties op stapel staan. Tot slot stel ik vast dat risicokapitaal in de gezondheidssector terrein wint in de meeste Europese landen. Het wordt bovendien ook steeds beter. Over het algemeen beschikken de bedrijven over de nodige middelen om hun werkzaamheden te financieren. Degene die aan de juiste projecten werken, hebben geen enkele moeite om geld te vinden. Ik zou bijna durven stellen dat er in bepaalde landen meer geld is dan goede ideeën. Daarom is het voor beleggers ook van belang om de projecten die ze willen financieren goed te bestuderen, zowel voor beursgenoteerde als niet-genoteerde bedrijven, en een beroep te doen op erkende experts. Dat kunnen we aanbieden bij Candriam. We hebben immers een team van 'wetenschappelijke beleggers', welke bewijzen al bijna twintig jaar hun meerwaarde, zelfs in een complexe omgeving zoals de coronacrisis.