12 NOV

2020

Circular Economy , SRI , Onderwerpen

Cirkels, ladders en koeien

Volgens het Global Footprint Network leeft de mensheid in 2020 op krediet sinds 22 augustus, omdat ze reeds alle hulpbronnen die de planeet in een jaar kan vernieuwen, heeft opgebruikt. Met andere woorden: er zijn nu 1,6 planeten nodig om de behoeften van de wereldbevolking te vervullen. En als we niets ondernemen tegen 2050, zullen dat er drie zijn!

Omdat wetenschappers en internationale organisaties de bel dringender dan ooit tevoren hebben geluid, besteden regeringen in hun plannen voor het economisch herstel na covid-19 veel aandacht aan het alternatieve model, de circulaire economie. De term ‘circulaire economie’ verwijst naar het concept van de cirkel van het leven en energie, dat veronderstelt dat niets zomaar gebeurt en niets verloren gaat.

In 1979 stelde Ad Lansink, een Nederlandse biochemicus en parlementslid, dat de grootste vooruitgang zou worden geboekt als de opties tijdens het productieproces van goederen en diensten hiërarchisch zouden worden geordend. De beste optie, bovenaan de ladder, is het gebruik van fysieke hulpbronnen verminderen of hun gebruik zelfs helemaal te vermijden. De volgende optie is hergebruik, gevolgd door recyclage en daarna terugwinning. De minst wenselijke optie in een goed gereguleerde economie is wegwerpen op een stortplaats (maar ongereguleerde dumping zou nog erger zijn).

Ter illustratie van de vele complexe keuzes die bij het opbouwen van een circulaire economie moeten worden gemaakt, gebruiken we het heel bekende voorbeeld van koeienmelk.

Melk heeft een vrij grote koolstofvoetafdruk, omdat koeien land gebruiken dat bebost zou kunnen zijn en zo koolstof zou kunnen opslorpen. Koeien rispen ook methaan op, een krachtig broeikasgas. De landbouw is rechtstreeks goed voor 12 % van de uitstoot, maar de vernietiging van het regenwoud, hoofdzakelijk voor landbouw, draagt ook bij aan de klimaatopwarming, op twee manieren. Bij de verbranding komt CO2 vrij, en zodra het woud verdwenen is, kan het niet langer CO2 opnemen. Bovendien wordt de melkverpakking meestal van plastic gemaakt, wat de verbranding van fossiele brandstoffen vereist. Aan de hand van Lansinks ladder komen we tot de volgende besluiten:

  • Verminderen of vermijden: Overweeg havermelk als alternatief, of sojamelk als u melk vanwege de eiwitten drinkt. Hoewel het Amazonewoud wordt vernietigd om plaats te maken voor sojaplantages, wordt de meeste soja gebruikt als voedsel voor vee, dat er enorme hoeveelheden van nodig heeft. Als we allemaal sojamelk zouden drinken in plaats van de soja aan koeien te voederen en daarna de koeien te eten en hun melk te drinken, dan hoeft het Amazonewoud niet gekapt te worden. Koop één groot drankkarton in plaats van twee kleine, want zo verbruikt u minder plastic per liter. Maar als u een grotere verpakking koopt, drink dan ook alles op. Die optie blijft de beste optie, gezien de beperkingen van de andere opties, die hieronder beschreven worden.
  • Hergebruiken: Geef drankkartons een tweede leven op een creatieve manier. Als gieter of bewaardoos, bijvoorbeeld? We kunnen echter maar een beperkt aantal gieters van melkkartons gebruiken.
  • Recycleren: Gooi drankkartons, goed uitgespoeld, in de correcte afvalbak, zodat ze kunnen worden verwerkt en in iets anders omgezet. Fabrikanten kunnen gerecycleerd plastic gebruiken voor nieuwe melkkartons. Landbouwers kunnen koeienmest gebruiken om de bodem vruchtbaarder te maken.
  • Terugwinnen: Gemeentes kunnen plastic in een verbrandingsoven verwerken, die hitte en stoom voortbrengt om elektriciteit te produceren. Bij de verbranding van plastic wordt minder energie teruggewonnen dan de energie die nodig was om het plastic te maken. Terugwinnen is dus slechter dan recycleren.
  • Wegwerpen: Als er geen recyclagevoorzieningen zijn, moeten gemeenten een gepaste stortplaats inrichten. De kwaliteit van gerecycleerd plastic is slechter dan die van nieuw plastic en plastic recycleren is een enorm gedoe vanwege de vele soorten. Daarom wordt veel plastic uit onze recyclagebakken mogelijk verbrand, op een stortplaats weggegooid of in het slechtste geval illegaal gedumpt.