24 OKT

2019

Asset allocatie , Michel Le Bras , Onderwerpen

China, een weg bezaaid met valkuilen

President Trump benadrukt regelmatig dat China meer te verliezen heeft bij een handelsoorlog dan de Verenigde Staten. Hij zwijgt dan wel in alle talen dat westerse bedrijven op bepaalde domeinen nog steeds de Chinese technologie broodnodig hebben. Het feit is echter dat de Chinese economie bepaalde tekenen van zwakte vertoont, die nog verergeren door de handelsoorlog. De Chinese autoriteiten willen de groei opnieuw in evenwicht brengen. Ze verkiezen daarom diensten en consumptie boven investeringen in de verwerkende nijverheid. Het verleden heeft uitgewezen dat een te sterke afhankelijkheid van die laatste sector niet houdbaar is, denk maar aan wat we gezien hebben in Zuid-Korea en Japan. Het leidt tot zeer grote economische vertraging. 

Er zijn echter meerdere factoren die spaken in de wielen steken van de autoriteiten.

Enerzijds speelt de demografie niet in het voordeel van dit proces. Het aandeel van de bevolkingsgroep tussen 15 en 64 jaar oud blijft sinds 2013 voortdurend dalen. Zo is het interessant om de evolutie van de Japanse en Chinese bevolking met een verschil van twintig jaar met elkaar te vergelijken. Gelet op de recente economische geschiedenis van Japan, kunnen we structurele uitdagingen definiëren waarmee de Chinese economie geconfronteerd wordt.

 

Bron: Cai, Fang en Lu Yang, “Population change and resulting slowdown in potential GDP growth in China” China &World Economy, 2013,Vol.21, Issue 2, p. 1-14

Anderzijds is het aandeel van werklozen in de actieve beroepsbevolking de laatste jaren aanzienlijk toegenomen (zie hieronder).

 

Bronnen: National Bureau of Statistics of China, Candriam Asset Allocation

Er zijn meerdere factoren die aan de grondslag liggen van deze toename: het banenverlies in de landelijke gebieden, de tragere creatie van nieuwe banen in de stedelijke gebieden en een groter aantal studenten dat in het beroepsleven stapt.  Tot slot is de toename van de inkomsten aanzienlijk vertraagd. Het consumptiepatroon van de huishoudens is omwille van dit feit de jongste jaren fors afgenomen. Bepaaldeevoluties worden mogelijk nog versterktdoor de handelsoorlog, met name de banencreatie in de stedelijke sector, die mogelijk leidt onder de herlokalisatie van de productieketens naar landen als Vietnam en Taiwain.

De Chinese import is de jongste jaren teruggevallen, wat de minder goede gang van zaken op binnenlands vlak weerspiegelt. De handelsoorlog kan dit proces verder versterken, doordat de productieketens veranderen. De import bestemd voor de vervaardiging en afwerking van producten die vervolgens worden geëxporteerd is vast en zeker gedaald, maar volstaat niet om deze daling te verklaren. Het benadrukt vooral de zwakke binnenlandse vraag.

  

Bronnen: National Bureau of Statistics of China, Candriam Asset Allocation

De Chinese autoriteiten proberen echter om het hoofd te bieden aan deze evolutie.  Er wordt immers gebruikt van belastingmaatregelen, vooral in de private sector. Ook monetaire hulpmiddelen hebben hun duit in het zakje gedaan. Zo zijn de verplichte reserveratio's gedaald en is het monetaire systeem hervormd, om zo de financieringskost van de ondernemingen te verlagen. Dat neemt niet weg dat het effect van deze inspanningen ingeperkt wordt door de forse schuldtoename, die goed is voor 276% van het bbp in 2018, tegenover 160% in 2008. De overheid probeert dus om externe financiering aan te trekken. Zo worden de toegangsregels tot de financiële markten voor buitenlandse financiële instellingen versoepeld.  Dit beleid kan enkel werken indien deze investeerders vertrouwen hebben in de Chinese munt en indien er geen juridische barrières worden opgetrokken door hun land van oorsprong. De Chinese overheid kan deze twee beperkingen heel moeilijk regelen. Indien de economie te sterk vertraagt, kan het noodzakelijk zijn om de renminbi te laten dalen. Bovendien kunnen de dreigementen van de Amerikaanse autoriteiten om de financiële investeringen in China aan banden te leggen het moeilijker maken om obligatieschulden uit te geven, die nodig zijn om de economie te financieren. Deze context beperkt dus de bewegingsruimte van de politieke leiders, ook gelet op de gebeurtenissen in Hongkong.

De Chinese problematiek is dus zeker niet eenvoudig: hoe kunnen de autoriteiten een noodzakelijke transitie van het economische model (vooral omwille van demografische redenen) in goede banen leiden wanneer er een politieke strijd woedt met de Verenigde Staten, en tegelijkertijd het risico op sociale onrust binnen de perken houden? In deze omstandigheden, gelet op het niveau dat aandelen en obligaties onlangs hebben bereikt na de dialoog die begin oktober is aangevat, zijn we neutraal voor Chinese aandelen.