20 JUN

2019

Asset allocatie , Michel Le Bras , Onderwerpen

Wachten tot de schrik de Fed om het hart slaat?

De economische geschiedenis leert ons dat het zakenleven meedeint op cycli, en dat elke periode van groei uiteindelijk wel eens ophoudt. De lengte van de huidige cyclus in de Verenigde Staten doet talrijke analisten nadenken, en alle signalen die erop kunnen wijzen dat hij spoedig eindigt, worden met argusogen bekeken. In dat opzicht wordt aangenomen dat de helling van de rentecurve, die analisten graag bestuderen, een nuttige en voorspellende waarde heeft voor de evolutie van de economie. De verwachtingen van de marktparticipanten die tot uiting komen in de vorm van de rentecurve, kunnen op hun beurt worden becommentarieerd als de uitdrukkingen van een voorspelbare inflatiedreiging of een waarschijnlijke recessie.

De aanhoudende afvlakking van de rentevoeten in de Verenigde Staten die we nu al zien sinds begin 2013 wekt dus heel wat interesse op. Hoewel de verkiezing van Trump in 2016 dit proces heeft vertraagd, is de beweging begin 2017 opnieuw begonnen. De recente daling van de langetermijnrentes heeft zelfs een bijna volledige inversie op bepaalde looptijden veroorzaakt. Zo is het verschil tussen de 10-jarige rente op overheidsobligaties en de rente op 3-maandelijkse Treasuries negatief geworden. De Amerikaanse centrale bank, zo wijzen talrijke studies uit, hecht daar uiteraard veel belang aan.

Voor beleggers, a fortiori asset allocators, is dit een bijzonder belangrijk onderwerp. Mogen we ons verwachten aan een beleidsverandering bij de monetaire instanties? Moeten we in dat geval de voorkeur geven aan aandelen, of eerder aan obligaties? En moeten we binnen dezelfde activaklasse de allocatie aanpassen?

Om een antwoord te geven op deze vragen, kan het aangewezen zijn om te weten in welke volgorde verschillende activa zich in het verleden hebben gedragen bij een dergelijke gebeurtenis, met name in functie van de beslissingen van de FED.

Ten eerste stellen we vast dat de afgelopen veertig jaar een dergelijke inversie van de rentecurve van de Amerikaanse Treasury (10 jaar / 3 maanden) steevast werd gevolgd door een recessie (roze blokjes).

Naast het identificeren van recessies, wil een belegger vooral weten welke gevolgen de beslissingen van de Fed met zich zullen meebrengen, en zeker hoe obligaties en aandelen zich dan zullen gedragen.

 

Hoe heeft de Fed gereageerd bij de drie laatste inversies van de rentecurve? 

De FED heeft systematisch haar rentevoeten verlaagd binnen een termijn van 6 tot 13 maanden na deze gebeurtenis, met andere woorden bijna tegelijkertijd met beginnende recessieperiodes.



Hoe heeft de 10-jarige rente op Amerikaanse Treasuries zich in het verleden gedragen na dit signaal van een inversie? 

Na de eerste tekenen van een inversie kunnen we geen conclusies trekken uit de richting waarin 10-jarige obligaties evolueren. Na de beweging van de FED heeft de 10-jarige rente echter wel de neiging gehad om zijn daling verder te zetten.



En hoe hebben de aandelenmarkten gereageerd?

Ook hier kunnen we na de inversie geen conclusies trekken. Amerikaanse aandelen hebben daarentegen wel de neiging gehad om te dalen (tenminste in eerste instantie) na de eerste renteverlaging van de FED.



In het licht van deze gebeurtenissen geeft een inversie van de rentecurve weinig signalen aan een asset allocator.

Door ons te richten op de eerste beweging van de Fed na de inversie leren we daarentegen wel om voorzichtig te zijn voor aandelen, en kunnen we in zekere mate vertrouwen hebben in obligaties. We zullen dus de volgende speeches van J. Powell met de nodige aandacht opvolgen.