VOORNAAMSTE OVERTUIGINGEN

  • Wij verwachten dat de wereldwijde expansie zal voortduren, zij het aan een gestager tempo.
  • In ons scenario voor de rendementsontwikkeling over 12 maanden zijn aandelen aantrekkelijker dan obligaties.
  • Wij blijven op onze hoede voor kredieten en staan eerder negatief tegenover obligaties, buiten geïndexeerde obligaties en schuldpapier van opkomende landen.
  • Geopolitieke spanningen blijven het grootste risico voor ons scenario.

 

GLOBAL CROSS-ASSET STRATEGY

"America First", de Italiaanse crisis en de groeivertraging in de eurozone zijn maar enkele van de factoren die hebben bijgedragen tot de wereldwijde terugloop van de waarderingen. De marktrendementen op jaarbasis zijn geen goede weergave meer van  de fundamentele factoren, zoals winstgroei, dividendrendement en koers-winstverhouding, d.i. hoeveel beleggers bereid zijn te betalen per dollar winst. Waar staan we nu? En welke katalysatoren zouden die marktevolutie kunnen wijzigen?

Amerikaanse aandelen hebben het tot dusver dit jaar beter gedaan dan alle andere regionale beleggingscategorieën. De sterk ondersteunende belastingverlaging in het eerste kwartaal, een sterke winstgroei en een versterking van de USD deden hun goed. De belastingverlaging is wellicht niet vatbaar voor herhaling en de winstgroei, hoewel door de consensus neerwaarts herzien, is nog steeds positief.

Momenteel zijn de koersen een pak bescheidener dan de verwachtingen van de centrale bank laten uitschijnen. Terwijl de Fed nog spreekt van 3 verhogingen voor volgend jaar, prijst de markt er minder dan 1 in en verwachten wij er 2.

Donald Trump is een onvoorspelbare president gebleken. Naar de toekomst toe blijkt uit ons onderzoek dat er toch een – zij het tragere – winstgroei wordt nagestreefd en dat negatieve rendementen niet het meest waarschijnlijke scenario zijn. Amerikaanse aandelen in portefeuille houden blijft daarom één van de puzzelstukken in onze vermogensallocatiestrategie.

Buiten de VS heeft de vertraging van de economische dynamiek de beurskoersen neergehaald.

Qua prestaties kregen de opkomende landen, en vooral China, sinds begin dit jaar de zwaarste klappen, met ondermaatse prestaties voor aandelen uit opkomende landen (in lokale en harde munt). Die trend begon de laatste tijd echter te keren. Al zijn de resultaten misschien niet positief, de opkomende markten zijn niet meer de hekkensluiters. Vooruitblikkend zou de tegenwind wat gaan liggen indien de Fed zich wat gematigder zou gaan opstellen dan verwacht en de USD niet verder zou stijgen. Naast die twee factoren moeten de beleggers ook rekening houden met de mate waarin de Chinese overheid actief zal ingrijpen om de impact van een vertragende wereldgroei te verzachten en hun binnenlandse activiteiten aan te zwengelen met monetair en fiscaal beleid en een gedevalueerde munt. Die maatregelen zijn bedoeld om de export, consumptie en investeringen van bedrijven en particuliere entiteiten te ondersteunen. Wij verwachten van deze maatregelen geen onmiddellijk effect. Door de handelsoorlog verwachten we zelfs dat Chinese importeurs nog vóór de inwerkingtreding van de invoerheffingen meer goederen hebben besteld dan nodig was, zodat er een kortstondige dip zit aan te komen. Aandelen van opkomende landen toevoegen is echter een grote zet om onze strategische puzzel compleet te maken.

Voor de eurozone hebben we de zichtbaarheid, kwetsbaarheid en gevoeligheid voor beleidscrisissen verlaagd. Sinds de nationale-schuldencrisis in de eurozone in 2010-2011 losbrak, bleef de eurozone tegen een glazen plafond stoten, zonder daarbij in staat te zijn tot vol wasdom te komen. Daarmee liep de eurozone achter op de VS en op – of bleef het op hetzelfde niveau als – de opkomende markten. Drijvende krachten achter de politieke onzekerheid zijn momenteel onder meer de Brexit-deal – of liever het ontbreken ervan –, politiek en sociaal verzet tegen verandering in Frankrijk, Italiës onvermogen om zich aan de EU-begrotingsregels te houden en de komende verkiezingen voor het Europees Parlement (23-26 mei 2019).

De sectorallocatie voor de eurozone is minder ondersteunend dan in de VS. Zo bevat de eurozone-index minder technologiebedrijven dan zijn Amerikaanse tegenhanger (6% tegenover 24%). Enkele EU-sectoren staan ook in "stand-by", d.i. wachten op ingrijpende structurele veranderingen of renteverhogingen van de Centrale Bank. Ook heeft de vertragende groei deze regio vroeger getroffen, nevenschade van de handelsoorlog en politieke verdeeldheid. Het groeipotentieel van de regio valt echter niet te onderschatten: de waarderingen liggen onder het historische peil, de winstgroei is positief en er wordt een groei boven het potentieel verwacht.

In die context blijven we aandelen boven obligaties verkiezen, aangezien we een aangehouden wereldwijde expansie verwachten, zij het aan een gezapiger tempo, en zijn onze rendementsprognoses over 12 maanden aantrekkelijker voor aandelen dan voor obligaties. De conjunctuurcyclus blijft voortboeren. Ondertussen blijven we op onze hoede voor kredieten en staan we eerder negatief tegenover obligaties, buiten geïndexeerde obligaties en schuldpapier van opkomende landen. Het grootste risico voor ons scenario blijven de geopolitieke spanningen.