STRATEGIE WERELDWIJDE STAATSOBLIGATIES
Onder druk van desinflatie sloegen veel centrale banken een milde toon aan. De Zweedse centrale bank verlaagde haar basisrente onverwacht tot -0,50 %, de Japanse tot -0,10 % (in bepaalde omstandigheden).
In de VS stelde de Federal Reserve zich tijdens de hoorzitting in het Congres in februari eveneens soepel op. In dat verband wijzen we erop dat de markten momenteel vóór 2017 geen verhoging van de beleidsrente van de Federal Reserve in de koersen hebben verrekend.
Bovendien denken we dat de ECB haar monetaire beleid volgende maand verder zal verruimen om de inflatieverwachtingen op te krikken.
Lange duratie via staatsobligaties van eurozone-kernlanden
Die omstandigheden scheppen een gunstig klimaat voor staatsobligaties uit de kernlanden van de eurozone. Bijgevolg zijn we, hoewel de Duitse rentecurve erg duur is, licht overwogen in lange looptijden. We kiezen ook voor het lange uiteinde van de Franse en Belgische curves, die in vergelijking met de Duitse een kleine premie bieden.
Voorzichtiger ten aanzien van staatsobligaties van niet-kernlanden uit de eurozone
De recente risicoaversie noopte ons daarentegen tot meer terughoudendheid ten aanzien van staatsobligaties van niet-kernlanden. De economieën van de eurozone zullen, ondanks de sterke binnenlandse vraag en de lagere werkloosheid, hinder ondervinden van de wereldwijde groeivertraging. De inkoopmanagersindex verloor in januari wat terrein en daalde van 54,3 tot 53,6 – Italië ging het sterkst achteruit (grafiek 2). Wij verwachten dan ook dat het herstel wat gas terugneemt. Na Spanje en Portugal – voornamelijk om politieke redenen – beslisten we om winst te nemen op onze longpositie op Ierland. We blijven overwogen in Italië, waar het politieke risico veel kleiner is.
Long in Nieuw-Zeelandse staatsobligaties en Noorwegen
We denken dat de Nieuw-Zeelandse centrale bank klaarstaat om op korte termijn haar beleid te versoepelen om de dalende groei en inflatie tegen te gaan. Het land raakt immers in een recessie en de centrale bank heeft ruimte om haar rente (2,50 %) te verlagen. Volgens onze berekeningen van de Taylor-regel voor verschillende landen is de beleidsrente van de centrale bank te hoog (grafiek 3). Als belangrijk olie-exporterend land kampt ook Noorwegen op korte termijn wellicht met tegenwind, wat de centrale bank ertoe kan aanzetten zich soepeler op te stellen. Daarom blijven we gediversifieerd in beide staatsobligaties met AAA-rating en een aantrekkelijke rentepremie (respectievelijk 3,05 % en 1,37 % voor het segment op 10 jaar).
MUNTSTRATEGIE
Long JPY & short NZD
We zijn positief over de yen, ondanks de recente economische vertraging. Volgens onze langetermijnindicatoren is de JPY aantrekkelijk geprijsd (deels dankzij goedkoop gewaardeerde koopkrachtpariteit). Beleggers zijn in ruime mate short in de munt, maar de trend keert, waardoor ze sterk kan opveren. Bovendien is de JPY een veilige haven in tijden van risicoaversie. Tot slot blijft de Bank of Japan ervan overtuigd dat haar inkoopprogramma zal volstaan om de inflatie op te stuwen naar de beoogde 2 %.
We zijn negatief ten aanzien van de Nieuw-Zeelandse dollar. De zwakke conjunctuur in China zal de munten van de belangrijkste handelspartners van het land verder onder druk zetten. Ook de daling van de grondstoffenprijzen verzwakt de munt. Bovendien heeft, zoals hiervoor uitgelegd, de centrale bank ruimte om haar monetaire beleid te versoepelen.
Tactische kansen in munten van groeilanden
De munten van groeilanden ondergingen forse correcties en verloren sinds 2010 in het totaal al meer dan 50 % van hun waarde. De munten van grondstoffenexporterende landen leden het zwaarst als gevolg van de tijdelijke daling van de olieprijzen tot minder dan $ 30 per vat. Tegen de huidige koersen lijken heel weinig munten van groeilanden ons vandaag duur. Door de recente verbetering van de risicobereidheid dankzij piekende inflatiecijfers en standhoudende groei kozen we om tactische redenen voor een positievere houding ten aanzien van munten uit de groeilanden.
Uit tactische overwegingen verhoogden we met name de blootstelling aan munten van olie-exporterende landen – RUB, MYR, MXN, COP – omdat de olieprijs volgens ons rond het huidige peil zal stabiliseren. De INR verkiezen we eerder om strategische redenen: die profiteert van de optimistischere stemming bij beleggers dankzij het sterke hervormingsprogramma en de verbeterde handelsbalans. We zien ook brood in heel wat Oost-Europese munten, zoals de HUF, de PLN en de RON, gezien een goede combinatie van groei en inflatie en de verwachting dat de vraag van beleggers naar Europese crossover-obligaties groot blijft.
Uitzicht op een duidelijke ommekeer is er echter nog niet – China en de grondstoffen blijven een risico. Daarom stellen we onze posities voorlopig alleen tactisch bij en blijven we voorzichtig ten aanzien van veel andere munten.
Een van onze grootste onderwegingen is de BRL, aangezien grote politieke risico’s de broodnodige structurele hervormingen afremmen. We blijven negatief gestemd over veel Aziatische munten (zoals de MYR en de THB). De meeste Aziatische banken hebben ruimte om hun beleid te versoepelen, wat de munten onder druk kan zetten. De harde landing van China treft ook de buurlanden die er hechte economische banden mee hebben. We blijven onderwogen in de CNY, omdat we denken dat die door de minder strikt gestuurde wisselkoers en de tragere groei verder zal verzwakken.
Beleggingstrategiën van de maand
Lees meerFixed
Income
News