Strategie schuld van groeilanden

Nadat de externe risico’s voor de groeilanden begin 2018 hoog bleven, zijn we van mening dat, op middellange termijn, de risico’s rond de normalisering van het Amerikaanse monetaire beleid en de budgettaire expansie tot nu toe gecompenseerd werden door het gelijktijdige herstel van de wereldwijde groei, de sterke prestaties van grondstoffen en de interesse van beleggers voor risicovolle activa. Het pleidooi voor schuld van groeilanden wordt nog steeds ondersteund door de versnellende groei in die landen, beperkte risico’s voor China en beter wordende fundamentals. Activaklassewaarderingen gebeuren nog steeds op een absolute basis, maar blijven aantrekkelijk ten opzichte van Amerikaans krediet. De toestroom naar de activaklasse zat op een recordpeil in 2017, weliswaar na een teleurstellende periode 2013-15. We verwachten dat deze stevige instroom in 2018 zal aanhouden.

We houden echter een overwogen positie in schuld in harde valuta aan en zijn positief over grondstoffenexporteurs zoals Angola, Ecuador, Kazachstan en Nigeria, en over landspecifieke herbeoordelingen zoals die m.b.t. Argentinië, Oekraïne en Egypte.

Onze onderwogen posities omvatten kredieten die gevoelig zijn voor Amerikaans schatkistpapier en met krappe waarderingen, zoals Panama, Peru, Chili, China, Uruguay en de Filippijnen.

 

Overwogen positie in lokale obligaties. Welbepaalde hoger rentende lokale obligatiemarkten zijn nog steeds aantrekkelijk

Het desinflatiethema heeft afgedaan in de meeste groeilanden met een lager rendement, omdat minder negatieve bbp-kloven en de opleving van de energieprijzen een opwaartse druk op de prijzen uitoefenen. Het is echter de verwachting dat het hoge reële renteverschil met de VS in het voordeel zal blijven spelen van lokale duration in hoger rentende obligaties, met matige inflatie en ruimte voor versoepeling door de centrale bank.

We zien nog steeds waarde in lokale obligaties uit groeilanden en blijven overwogen ten aanzien van selecte hoger rentende landen, die ondersteund worden door hoge reële rentevoeten en een constructieve desinflatiedynamiek (Brazilië, Rusland). We blijven ook overwogen in Zuid-Afrika, dat profiteert van een positieve verkiezingsuitslag en een tragere inflatie dan verwacht. We zijn onderwogen ten aanzien van lager rentende lokale obligatiemarkten in Azië (Thailand en Maleisië) en CEE (Polen, Hongarije en Roemenië).