Na 5 jaar zelfgenoegzaamheid door "laagflatie" en het onafgebroken nastreven van een herstel van de inflatie dat de centrale banken tot een ongeziene monetaire versoepeling heeft gedreven, keert de inflatievrees eindelijk terug in zowel de geïndustrialiseerde landen als de groeilanden. De consumptieprijsindex in de VS lag in mei 2,8 % hoger dan een jaar geleden, de grootste vooruitgang sinds februari 2017. De eerste consumptieprijsindices voor de eurozone waren in mei 1,9 % gestegen tegenover dezelfde periode vorig jaar, het hoogste cijfer sinds 2013. De inflatie in Canada klom in april tot 2,2 %, het hoogste niveau sinds 2012.
Eigenlijk staat bij vrijwel alle onderliggende onderdelen van de inflatie een rood knipperlicht. Bijna 60 % van de Amerikaanse CPI heeft mogelijke opwaartse risico's en het aandeel voor Europa ligt nog hoger, op 65 %! De recente forse stijging van de olieprijzen heeft de inflatie op korte termijn aangejaagd. Maar de krappe arbeidsmarkt, de demografie en protectionisme voegen ook opwaartse druk op lange termijn toe. De werkloosheid in de G7 heeft zijn laagste niveau in 30 jaar bereikt. Zowel in de VS als in Europa tonen de enquêtes bij bedrijven dat de aanwervingsplannen zich op hun hoogste niveaus sinds 2007 bevinden. Bovendien maakt de wereld een ongeziene demografische ontwikkeling mee. In Europa vertegenwoordigt de gepensioneerde bevolking een gigantische 30 % van de bevolking op beroepsactieve leeftijd, een stijging van 34 % gedurende de voorbije 20 jaar. Terwijl een vergrijzende bevolking het groeipotentieel verlaagt, zou een forse toename van de afhankelijkheidsratio een meervoudig effect hebben op de vraagzijde, en dan vooral op de vraag naar diensten in de gezondheidszorg.
Terwijl stijgende grondstoffenprijzen en de verstrakking van de arbeidsmarkt een groeiende economie benadrukken, is de afwikkeling van de globalisering tot meer isolationisme een groter probleem voor toekomstige inflatietrends. Het toenemende protectionisme (brexit, importtarieven en groeiend populisme) zal economieën verder isoleren. In een dergelijke situatie wordt inflatie eerder een lokaal dan een wereldwijd kenmerk.
Inflatie is ook de aartsvijand van obligatiebeleggers. Wanneer de inflatie sterker dan verwacht stijgt, kunnen obligatiebeleggers geld verliezen! Dat heeft tevens implicaties voor het monetaire beleid. De primaire doelstelling van centrale banken is om de prijsstabiliteit te garanderen door hun beleidsrente vast te leggen. De normalisatie van het monetaire beleid komt er zeker aan, want de inflatie ligt op koers en zal wellicht verder stijgen. De Amerikaanse Federal Reserve bouwt haar balans af en zet haar cyclus van verhogingen verder. De Europese Centrale Bank heeft aangekondigd dat haar aankoopprogramma voor activa in december afloopt. De Bank of Canada heeft de rentes 3 keer verhoogd sinds juli. De rentes blijven ongetwijfeld verder stijgen, aangezien de inflatie over ter wereld omhooggaat.
Aangezien de inflatie stijgt en het monetaire beleid normaliseert, hebben we bij Candriam een voorkeur voor inflatiegerelateerde obligaties aan het korte uiteinde van de curve. Wanneer we naar de prestaties uit het verleden kijken voor inflatiegerelateerde obligaties op 1-5 jaar, en dat zowel in Europa als over de wereldwijde linkermarkten, kan u zien dat deze looptijden een groter aandeel inflatierendement en een kleiner aandeel renterendement opleveren in vergelijking met het volledige universum van gelinkte obligaties. Linkers aan het korte uiteinde fungeren eveneens als een risicoafzwakkend actief binnen internationale, evenwichtige portefeuilles. Bij de geïndustrialiseerde landen zien we voornamelijk opportuniteiten in Europa, de VS en Canada waar, volgens ons, de inflatie onvoldoende is ingeprijsd door de markt. Wat de landenallocatie in Europa betreft, hebben we een voorkeur voor Franse en Spaanse linkers.
Fixed
Income
News