Morningstar, dat fondsen analyseert en ratings toekent, voegt voortaan een nieuwe ESG-rating toe aan fondsen. Een lovenswaardig initiatief dat we alleen maar kunnen toejuichen. Want, zoals Morningstar zelf benadrukt: “beleggers hebben betere tools nodig om te kunnen bepalen of de fondsen die zij in portefeuille hebben of willen nemen, de principes van duurzame ontwikkeling wel toepassen”.

Dit is dus zeker een zinvol initiatief voor beleggers, die zich zo niet alleen bewust worden van de problematiek, maar hun beleggingskeuzes ook kunnen afwegen tegen ecologische, sociale en governance-criteria. Het is ook een goede zaak voor vermogensbeheerders. Als de rating een goede graadmeter blijkt, kan de sector hem gebruiken om ‘light’ SRI-beleggingsproducten – fondsen die wat greenwashing ondergingen en in slechts (zeer) geringe mate aan ESG-criteria voldoen – te ontmaskeren en aan de kaak te stellen.

20.000 fondsen doorgelicht volgens ESG-criteria

In eerste instantie heeft het initiatief van Morningstar betrekking op een beleggingsuniversum van 20.000 fondsen, zowel actief beheerde als passieve (ETF’s). Om een Morningstar Sustainability Rating te krijgen moeten hun onderliggende activa voor minstens 50% bestaan uit bedrijven die een rating krijgen van Sustainalytics, een onafhankelijk onderzoeksbureau naar ESG en deugdelijk bestuur. Vervolgens wordt elk bestudeerd fonds vergeleken binnen zijn categorie en krijgt het een beoordeling van één tot vijf (de beste score) wereldbollen.

Dat mag een eenvoudige methode lijken, maar het is algemeen geweten dat ESG-criteria beoordelen niet eenvoudig is en er vele, soms ingewikkelde benaderingen bestaan. Een systematische aanpak is dan ook essentieel om de behaalde resultaten te interpreteren en een coherente uitkomst te garanderen waarmee fondsen onderling kunnen worden vergeleken.

Scheeftrekkingen vermijden

Een eerste vereiste lijkt ons om te waken over een evenwicht tussen de verschillende ESG-criteria binnen eenzelfde fondsenfamilie, net zoals de ‘best-in-class’ beheerders doen wanneer zij in elke sector de bedrijven selecteren met de beste SRI-resultaten. Aangezien elk fonds zijn eigen sectorkeuzes maakt, is het belangrijk om scheeftrekkingen bij de interpretatie te voorkomen. Daar heeft Morningstar op toegezien. De ESG-scores worden immers toegekend binnen elke sector, zodat fondsen met een neutrale sectorweging, zoals sommige kwantitatieve fondsen of indexfondsen, niet worden benadeeld.

Het voorkomt ook benadeling – dat zou er nog aan ontbreken! – van fondsen die niet beleggen in bedrijven met een reputatierisico. We stellen immers vast dat die over het algemeen goed scoren, al komen ze verspreid in de rangschikkingen voor. Het betreft bijvoorbeeld fondsen die bedrijven uitsluiten omwille van ernstige inbreuken tegen – of controverse over – internationale normen op het vlak van mensenrechten, arbeidsrecht, milieu en deugdelijk bestuur of corruptie op basis van principes zoals het Global Compact van de Verenigde Naties.

Verder gaan

En waarom niet verder gaan? Bijvoorbeeld door beleggers, behalve de rating van de fondsen, ook de rating van de benchmarks te geven, zodat zij beter kunnen inschatten wat het ESG-profiel is van de fondsen waarin ze willen beleggen en in welke mate die streven naar een verbetering van de ESG-kwaliteit.

Daaruit zou blijken hoe weinig transparant sommige beleggingscategorieën zijn, zoals aandelen uit de groeilanden. Beleggers zouden zich er dan ten volle van bewust zijn dat dit een specifiek beleggingsuniversum is, waarin ESG-normen minder gangbaar zijn, de reglementering ter zake minder streng is en informatie minder vlot toegankelijk is. Bovendien komt daar vaak nog de taalbarrière bovenop.

We mogen niet overdrijven: een al te omslachtig systeem opzetten of koste wat het kost naar volledigheid streven, is niet wenselijk. Er zijn echter tal van SRI-benaderingen en een belegger die – terecht – oog heeft voor de ESG-criteria die bedrijven hanteren, heeft evenveel recht om zich af te vragen welke criteria voor beleggingsfondsen gelden. Voorlopig krijgt hij bijvoorbeeld geen informatie over de vraag of het fonds een actieve rol speelt als aandeelhouder, door stemrecht te gebruiken of met bedrijven in overleg te gaan. Een loutere vermelding of dergelijke activiteiten al dan niet plaatsvinden, zou welkom zijn.