Bijna 50% van de Braziliaanse uitvoer bestaat uit primaire producten. De daling van de grondstoffenprijzen veroorzaakte dan ook een enorme schokgolf in de ruilvoet1. In combinatie met de vertraging van de industrie wereldwijd leidde ze tot een forse economische krimp: het bbp daalde tussen het vierde kwartaal van 2014 en het vierde kwartaal van 2015 met 6% (grafiek 1). De werkloosheid steeg van 4,5% medio 2014 tot 8% en de nominale jaarlijkse loongroei vertraagde tot minder dan 3%. Doordat de inflatie is opgelopen tot meer dan 10% – de regering besliste vorig jaar om de gereglementeerde prijzen te verhogen (grafiek 3) – kregen de consumptiebestedingen een knauw en zijn ze gedoemd tot blijvende zwakte.

Het enige lichtpunt is de herbalancering van de lopende rekening. Dat valt echter zeker niet volledig te verklaren door de verregaande verzwakking van de real (-30% in effectieve termen sinds medio 2014 (grafiek 2)). Dat waardeverlies hielp wel om een deel van het afgekalfde concurrentievermogen van de Braziliaanse economie te herstellen, maar door niet-prijsgebonden concurrentieproblemen kon de industriële export daar niet ten volle van profiteren. De verbetering van de lopende rekening is daarentegen vooral toe te schrijven aan de daling van de invoer als gevolg van de krimpende binnenlandse vraag. Er zijn zelfs redenen om aan te nemen dat de devaluatie van de real de inflatie nog heeft aangewakkerd en zo de opdracht voor de Braziliaanse centrale bank (BCB) extra heeft bemoeilijkt. Tegen die achtergrond verhoogde de BCB de target rate (Selic) van 7,25% in 2013 tot 14,25% in juni 2015 om een adempauze in te lassen gezien de pijnlijke recessie die het land doormaakte.

Aangezien de groei van de wereldeconomie in 2016 slechts in lichte mate aantrekt, verwachten wij geen significante stijging van de grondstoffenprijzen. Tegelijk moet het land het uit de hand gelopen begrotingstekort uit 2015 wegwerken. De kans is dan ook groot dat de economie in 2016 opnieuw krimpt. Zeker gelet op de verslechterende politieke situatie in Brazilië, waar onder andere een afzettingsprocedure loopt tegen presidente Dilma Rousseff. Dat zal wegen op het vertrouwen bij huishoudens en ondernemers, en dus ook op de economie.

Gezien de stevig verankerde inflatieverwachtingen op middellange termijn (grafiek 4) kan de BCB zich na verloop van tijd iets soepeler opstellen – het basiseffect van de gereglementeerde prijzen wordt de komende maanden gunstiger en de inflatie zou moeten vertragen. Niettemin blijft de economie wellicht nog enkele kwartalen aanmodderen voor er beterschap in zicht is.

 

(1): De ruilvoet is de verhouding tussen uitvoerprijzen en invoerprijzen.