De meeste Belgische conjunctuurindicatoren wijzen op een iets tragere groei dan in de rest van de eurozone voor 2018 en 2019. De maatregelen die werden genomen om de concurrentiekracht aan te zwengelen hebben een bepaalde tijd een rem gezet op de consumptie van de gezinnen. Aangezien er een einde is gekomen aan de negatieve effecten van de indexsprong op de consumptie en de conjunctuur beter evolueert, zouden de lonen iets meer moeten kunnen stijgen. De consumptie zou dus wat aangezwengeld moeten worden. In 2018 wordt een bbp groei van 1.8% verwacht.

Ook de overheidsfinanciën hebben geprofiteerd van de verbeterde conjunctuur: het begrotingstekort is in 2017 meer dan verwacht afgenomen. Hoewel de regering heeft beslist om haar inspanningen in 2018 en 2019 wat terug te schroeven, is het primair overschot van bijna 1,5% dat werd bereikt in 2017 vandaag echter voldoende hoog om ervoor te zorgen dat de schuld-bbp-ratio verder afneemt. Op langere termijn zal de overheid echter bijkomende inspanningen moeten leveren, omdat de toename van de kosten voor de vergrijzing steeds meer zullen wegen op de overheidsfinanciën.

Ten slotte moet de evolutie van de vastgoedprijzen eveneens in de gaten worden gehouden. Zij werden immers ondersteund door een fiscaliteit die gunstig was om een eigendom te verwerven (fiscale aftrekbaarheid van hypothecaire interesten) en een relatief beperkt aanbod ten opzichte van de toen sterke demografische groei. Hierdoor zijn de prijzen aanzienlijk sneller gestegen dan het inkomen per inwoner in de jaren 2000, voornamelijk in Brussel, maar ook in bepaalde Vlaamse steden. Hoewel de prijzen sinds de crisis aanzienlijk minder snel gestegen zijn, hebben we echter geen prijsdalingen gezien in België, in tegenstelling tot in heel wat andere Europese landen. Een aanbod dat voortaan meer aansluit bij de demografische dynamiek en de afbouw van bepaalde fiscale voordelen (zo werd de fiscale aftrekbaarheid van hypothecaire leningen wat afgebouwd) zou ervoor moeten zorgen dat de groei van de vastgoedprijzen meer in lijn ligt met die van de inkomens.