2018 en 2019 zullen wellicht de geschiedenis ingaan als overgangsjaren voor de groeilanden. De aandelenkoersen zetten in 2018 aanvankelijk hun langdurige stijging voort, maar zijn nadien sterk gedaald. 2019 kan echter de start van een nieuwe bescheiden opwaartse trend vormen, want er is nog altijd (relatieve) winstgroei en het effect van de negatieve factoren uit 2018 ebt weg.

2018: invoerrechten en de rente eisen hun tol 

2018 begon veelbelovend, maar verbleekte al snel toen de Amerikaanse Federal Reserve haar monetaire beleid begon te verstrakken en de verlaging van de vennootschapsbelasting door de Amerikaanse regering veel bedrijven uit de VS ertoe bracht in het buitenland gestalde winsten terug te halen. Daardoor ontstond in het wereldwijde financiële stelsel een tekort aan dollars, wat meestal een negatieve invloed op de groeilanden heeft. 

Vervolgens kondigde president Trump invoerrechten aan en dreigde hij met bijkomende heffingen, in de eerste plaats gericht tegen China.

Los van het risico op een handelsoorlog ontstond ook bezorgdheid over de onderliggende Chinese economie, die langzamer groeit doordat de Chinese overheid om oververhitting te voorkomen de kredietverlening aan banden heeft gelegd. Tegelijk maakten de infrastructuurinvesteringen, die in de nasleep van de financiële crisis de economie in belangrijke mate onderstutten, een scherpe duik.

2019: bottom-up beleggen is de boodschap

Er zijn redenen om aan te nemen dat de VS en China een economische wapenstilstand zullen sluiten. Donald Trump haalt wel vaker zwaar uit om zich nadien meegaander op te stellen en te onderhandelen. Een goed voorbeeld daarvan is de overeenkomst die het NAFTA-verdrag heeft vervangen. Als een vergelijk wordt gevonden, zullen groeilandaandelen daar positief op reageren.

Daarom zorgt de overeenkomst die begin december tijdens de G20 werd afgesproken tussen presidenten Trump en Xi voor een korte termijn ontspanning van de relaties en marktomgeving. Maar het lijdt geen twijfel dat Peking , wanneerduidelijke tekenen aanhouden zijn dat de economie verder verzwakt, bijkomende stimuleringsmaatregelen zal nemen.

Het heeft al uitvoerrechten verminderd, belastingen voor bedrijven en gezinnen en de verplichte reserveratio’s voor banken verlaagd en nieuwe infrastructuurprojecten ingevoerd. De banken hebben de opdracht gekregen om meer krediet te verlenen aan de privésector, die 60% van de economie uitmaakt. Mogelijk laat Peking ook zijn munt verzwakken om de export concurrentiëler te maken.

Als 2018 een leidraad mag zijn, wordt 2019 zeker geen gemakkelijk jaar. Het afgelopen jaar werd gekenmerkt door torenhoge volatiliteit. Zo deed India het uitstekend tot in het derde kwartaal de financiële sector onderuitging. Braziliaanse aandelen schoten in oktober dan weer de hoogte in na de verkiezing van Jair Bolsonaro. De Mexicaanse aandelenbeurs was stabiel tot de nieuwe regering de bouw van een nieuwe luchthaven stopzette en de vergoedingen in de banksector begrensde. Sinds oktober zijn de aandelen van Mexico’s grootste bank met 40% gedaald.

Aangezien veel goed geleide bedrijven aantrekkelijk gewaardeerd zijn, is bottom-up beleggen dus de beste manier om de groeilanden te benaderen. Groeibedrijven hebben in 2018 rake klappen gekregen, maar wij denken dat veel beleggers in 2019 zullen beginnen terug te keren naar degelijke groeiaandelen.

Korte termijn moeilijk voorspelbaar, maar solide vooruitzichten op lange termijn 

Wat er in de groeilanden zal gebeuren, is moeilijk te voorspellen en negatieve verrassingen zijn niet uit te sloten – met name verdere renteverhogingen door de Federal Reserve en een escalatie van de handelsoorlog.

Anderzijds zijn na een stevige correctie de waarderingen aantrekkelijk en doet elke positieve verrassing de koersen wellicht stijgen. Bovendien blijft het groeipotentieel er groter dan in de ontwikkelde landen, en lijken de risico’s af te nemen.

Wij verwachten daarom dat 2019 de kans zou kunnen bieden om in een oververkochte markt koopjes te doen en zodoende in te kunnen spelen op de nog steeds solide fundamentele factoren op lange termijn.